NIEUWS

Dierenambulance rijdt honderden keren in Noordwijk, maar moet grootste deel geld zelf bij elkaar sprokkelen

Felix Fact·6 mei 2026
Dierenambulance rijdt honderden keren in Noordwijk, maar moet grootste deel geld zelf bij elkaar sprokkelen

Foto: Dierenlot

De Dierenambulance & Vogelasiel Regio Leiden is vorig jaar bijna zeshonderd keer uitgerukt in Noordwijk. Toch wordt de regionale dierenhulp maar voor een minderheid van de kosten betaald door gemeenten. Het grootste deel van het geld moet de stichting zelf binnenhalen via ritvergoedingen, donaties, sponsoring, acties en erfenissen.

Dat blijkt uit het inhoudelijk jaarverslag over 2025 van de Dierenambulance & Vogelasiel Regio Leiden. De organisatie is actief in onder meer Noordwijk, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Voor inwoners is de dierenambulance vooral zichtbaar wanneer er een gewonde meeuw op straat ligt, een kat is aangereden of een watervogel in problemen komt. Achter die meldingen gaat echter een grotere vraag schuil: wie betaalt eigenlijk voor deze vorm van dierennoodhulp?

In Noordwijk reed de dierenambulance in 2025 in totaal 594 keer uit. Daarmee staat Noordwijk, na Leiden en Katwijk, op de derde plek binnen het werkgebied. In de hele regio ging het om 4.646 ambulanceritten. Daarnaast reed het transportteam nog 483 aanvullende ritten, waardoor het totaal uitkomt op 5.129 ritten.

De dierenambulance houdt zich niet alleen bezig met honden en katten. Sterker nog: het grootste deel van het werk draait om wilde dieren. In 2025 ging het bij de ambulanceritten onder meer om 1.831 vogels en 1.477 watervogels. Katten waren goed voor 728 ritten, honden voor 164. In het vogelasiel werden vorig jaar 3.812 dieren opgevangen, van wie 3.572 vogels.

Dat maakt de dienst ook voor een kustgemeente als Noordwijk relevant. Het gaat niet alleen om huisdieren van inwoners, maar ook om dieren die horen bij strand, duinen, sloten, parken en woonwijken. Een gewonde vogel, een verzwakte egel of een aangereden kat belandt niet vanzelf op de juiste plek. Daarvoor zijn vrijwilligers, chauffeurs, opvangruimte, medische zorg en voertuigen nodig.

Juist daar wringt het. Volgens het jaarverslag dragen alle acht gemeenten in het werkgebied bij met minimaal 25 cent per inwoner. Sommige gemeenten passen daarnaast indexatie toe. Met die gemeentelijke bijdragen wordt ongeveer 40 procent van de uitgaven gedekt. De overige 60 procent moet de stichting zelf zien binnen te halen. Dat gebeurt via ritvergoedingen, vergoedingen voor crematies, donaties, sponsoring, acties en erfenissen.

Met andere woorden: de dierenambulance voert een voorziening uit waar inwoners geregeld op rekenen, maar draait financieel voor een groot deel op vrijwillige steun en incidentele inkomsten. In 2025 lukte het de stichting voor het eerst sinds jaren om een beperkt positief resultaat te behalen: 20.196 euro. Dat klinkt gunstig, maar uit het verslag blijkt tegelijk dat de organisatie meer financiële middelen nodig heeft.

De stichting heeft eind 2025 een businessplan aangeboden aan bestuurders van de gemeenten in de regio. Daarin staat dat er een nieuwe locatie nodig is, dat de organisatie verder wil professionaliseren en dat er meer geld nodig is. Ook meldt de dierenambulance dat er in 2025 geen voortgang is geboekt bij het verwerven van een terrein voor gewenste nieuwbouw. Inmiddels is er volgens de stichting wel bericht van het Rijksvastgoedbedrijf dat zij als gegadigde wordt beschouwd voor grond bij het Valkenburgse Meer.

De huidige locatie aan de Draadbaan in Leiderdorp knelt vooral bij het vogelasiel. In de drukke zomerperiode is er volgens het jaarverslag een groot ruimtetekort om alle jonge vogels te verzorgen. Ook ontbreken waterbassins en grote volières voor vogels die langer moeten herstellen en aansterken.

De inzet van vrijwilligers blijft intussen onmisbaar. De organisatie schrijft dat zij zonder vaste medewerkers en ongeveer 125 vrijwilligers niet kan bestaan. Toch vallen er nog regelmatig gaten in de roosters, vooral in de zomer. Precies dan is het extra druk, terwijl ook vrijwilligers en medewerkers behoefte hebben aan vrije tijd en vakantie.

Voor Noordwijk roept het jaarverslag daarmee een bredere vraag op dan alleen hoeveel ritten er zijn gereden. De gemeente maakt gebruik van een regionale voorziening die honderden keren per jaar in Noordwijk in actie komt. Tegelijk wordt die voorziening maar voor een deel structureel betaald uit gemeentelijke bijdragen.

De dierenambulance zelf lijkt de boodschap in het jaarverslag voorzichtig maar duidelijk te formuleren: de hulp aan dieren in nood gaat door, maar de huidige manier van organiseren en financieren staat onder druk. Voor inwoners is dat misschien pas zichtbaar op het moment dat er een gewond dier langs de weg ligt. Voor de stichting is het dagelijkse werkelijkheid: uitrukken, opvangen, verzorgen — en daarna weer op zoek naar geld om dat ook volgend jaar te kunnen blijven doen.

Wil je dit elke dag om 17:00 in je inbox?

Een korte mail met de belangrijkste artikelen van die dag uit jouw gemeente, plus een 112-overzicht onderaan. Uitschrijven kan altijd.

We sturen je een bevestigingsmail. Meer weten.